Golf van nieuwe sociaalrechtelijke maatregelen overspoelt HR-land

Er roert wat in het sociaal recht. In het nieuwe jaar staan er immers heel wat nieuwigheden op het programma die een impact zullen hebben op HR-land. Het startschot voor deze wijzigingsmarathon in 2018 werd gegeven door de Programmawet van 25 december 2017, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 december 2017. De meeste bepalingen van deze wet treden in werking met ingang van 1 januari 2018.

Over welke nieuwe sociaalrechtelijke maatregelen gaat het precies?

1. De dubbele uitbreiding van de flexi-jobs

Het alom bekende systeem van de flexi-jobs, dat tot op heden enkel zijn toepassing vond in de horeca, wordt vanaf 1 januari 2018 uitgebreid naar de detailhandel. Daarnaast kunnen nu ook gepensioneerden via een flexi-job een centje bijverdienen, weliswaar onder voorwaarde dat zij reeds een wettelijk, bestuursrechtelijk of statutair pensioen of een ander als zodanig geldend voordeel genieten.

De voorwaarden voor de uitoefening van een flexi-job blijven dezelfde als voordien, net als het (para)fiscaal regime van het flexi-loon.

Gevolg voor de werkgever: meer tewerkstelling van flexi-werknemers, daling van de arbeidskost.

2. Nieuwe winstpremies

Een onderneming kan ervoor opteren om een deel van haar winst uit te keren aan haar werknemers. Zij heeft daarbij nu de keuze tussen een identieke of een gecategoriseerde winstpremie.

Een identieke winstpremie behelst een identiek bedrag van het loon aan alle werknemers. Een gecategoriseerde winstpremie daarentegen is een bedrag dat afhankelijk is van een verdeelsleutel op basis van objectieve criteria, bijvoorbeeld anciënniteit, graad, functie, weddeschaal, vergoedingsniveau en/of vormingsniveau van de betrokken werknemers.

Het totale bedrag van de winstpremie mag in elk geval maximum 30% van de totale brutoloonmassa bedragen. Daarnaast is het belangrijk om te onthouden dat de winstpremie niet kan dienen ter vervanging of omzetting van loon of andere voordelen.

U kan als werkgever de nieuwe winstpremie toekennen aan uw werknemers vanaf 1 januari 2018 voor boekjaren die ten vroegste afgelopen zijn op 30 september 2017.

3. De loonbonus

De werkgever die een informatie- en raadplegingsprocedure opstart in het kader van een collectief ontslag met sluiting van de onderneming, kan vanaf 1 januari 2018 geen gebruik meer maken van de regeling inzake niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen.

De CAO’s of toetredingsaktes tot toekenning van dergelijke voordelen blijven wel van kracht indien ze neergelegd zijn op de griffie van de Algemene Directie collectieve arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO) vóór de aankondiging van het collectief ontslag met sluiting van de onderneming.

4. Versoepeling procedurese-commerce

De procedures die u moet volgen om een regeling inzake elektronische handel in te voeren zijn versoepeld. Bovendien wordt voor de uitoefening van activiteiten die verband houden met e-commerce ook een afwijking op het verbod op zondagarbeid ingevoerd.

5. Responsabiliseringsbijdrage

De wet voert een sanctie in voor de werkgever die een deeltijds werknemer geen beschikbare bijkomende uren geeft. Deze "responsabiliseringsbijdrage” bedraagt 25 EUR per werknemer per maand.

6. Activeringsbijdrage

Werkgevers die werknemers op leeftijd van prestaties willen vrijstellen, zullen vanaf nu een activeringsbijdrage verschuldigd zijn aan de RSZ. De bijdrage moet betaald worden tijdens elk kwartaal waarvoor de werknemer geen prestaties levert. Het percentage van de bijdrage is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer.

7. "Wyninckx-bijdrage” op de aanvullende pensioenen

Voor werknemers en zelfstandigen is een bijzondere bijdrage verschuldigd op de bijdragen die zij betalen voor de opbouw van een zogenaamd "verhoogd" aanvullend pensioen. De werknemers wier jaarlijkse bijdragen een drempel van 31.836,- EUR (bedrag 2017) overschrijden, moeten een bijdrage van 1,5% betalen op het deel van de bijdragen dat de drempel overschrijdt.

De wetgever heeft deze bijdrage verhoogd van 1,5% naar 3% vanaf 1 januari 2018. De inhouding van deze bijdrage en de betaling ervan aan de RSZ is de verantwoordelijkheid van de werkgever.

Indien u vragen heeft of concreet advies wenst, kan u terecht bij Mtr. Els Zegers (e.zegers@legaloffice.be).