Verdere inperking van buitensporige wederbeleggingsvergoedingen

In januari 2018 werden enkele aanpassingen doorgevoerd aan de Wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Deze wet kenmerkt zich voornamelijk door het aan banden leggen van excessieve funding loss- of wederbeleggingsvergoedingen in geval van vervroegde terugbetaling van ondernemingskredieten.

Ondernemingskredieten afgesloten na 10 januari 2014 mogen te allen tijde (geheel of gedeeltelijk) vervroegd worden terugbetaald, zonder dat de kredietgever hieraan bijkomende voorwaarden mag koppelen. De aangerekende wederbeleggingsvergoeding mag in dat geval maximaal zes maanden interest bedragen voor kredieten van hoogstens twee miljoen euro. Vóór 8 januari 2018 was deze grens nog vastgesteld op één miljoen euro.

Oudere ondernemingskredieten (afgesloten vóór 10 januari 2014) vallen buiten het toepassingsgebied en de beperkingen van de Wet van 21 december 2013. Dit wil echter niet zeggen dat kredietgevers ongestoord torenhoge wederbeleggingsvergoedingen kunnen aanrekenen in geval van vervroegde terugbetaling van oude ondernemingskredieten, aangezien de rechtspraak daaromtrent meer en meer evolueert in het voordeel van de kredietnemer.

Meer informatie omtrent de mogelijkheid tot vervroegde terugbetaling van uw krediet? Contacteer Mtr. Caluwaerts (k.caluwaerts@legaloffice.be) of Mtr. Callaert (n.callaert@legaloffice.be).